
5. Aankomst op Molokaï
De kiem
Op 1 mei 1873 bevindt Damiaan zich samen met bisschop Maigret en heel wat collega's op het eiland Maoui voor de inwijding van een nieuwe kerk. Na de inwijding wordt er druk nagepraat over een artikel in de plaatselijke krant over de leprozerie (melaatsensamenleving) op het eiland Molokaï.
Een verschrikkelijke plek
De journalist heeft het over een verschrikkelijke plek waar mensen wegrotten, een plaats vol moord en doodslag, dronkenschap, prostitutie en verkrachting. Kortom, Molokaï is een plaats zonder god noch gebod waar melaatsen in mensonwaardige omstandigheden wachten op de dood. De journalist suggereert dat hier misschien een volle taak ligt voor een missionaris.
Vrijwilliger Damiaan
Maigret heeft eigenlijk al een beslissing genomen. Hij wil elke drie maanden een missionaris naar de leprozerie sturen om daar orde op zaken te stellen. De plaats is immers te verschrikkelijk en te gevaarlijk om er iemand permanent te vestigen. De bisschop zoekt een vrijwilliger om als eerste te gaan maar weet eigenlijk al wie hij wil sturen: ‘want Damiaan is jong, sterk en gezond’.
De boot naar Molokaï
Op vrijdag 9 mei 1873 neemt Damiaan de boot naar Molokaï. Een dag later krijgt hij voor het eerst het schiereiland Kalaupapa te zien. Een stuk van het eiland waar niemand kan ontsnappen. Voor hij de sloep instapt, krijgt hij de volgende raad mee: ‘Eet niet met de melaatsen, raak hen niet aan en rij nooit in hun zadel.’ Damiaan knikt maar weet niet wat hij hiervan moet denken.
Een macaber welkom
Damiaan en een andere priester slagen erin droog aan land te komen. Daar wacht een grote groep melaatsen hen op onder leiding van de hoofdopzichter. Net zoals 9 jaar geleden wordt hij welkom geheten. Maar nu door stinkende, vuile, verwrongen en etterende handen die hem vastpakken. De stank van rottend vlees en etterende wonden zal hij nooit gewoon worden. Hij kan ze alleen verdringen met pijproken.
Zijn taak ligt hier
De eerste nacht slaapt Damiaan onder de beschutting van een oude pandanboom, een palmachtige boom met sterwortels. Al na enkele dagen weet hij het: hier ligt zijn taak, hier zal hij blijven. Meer dan 800 doodzieke mensen leven hier in de meest erbarmelijke omstandigheden. En kunnen zijn hulp meer dan goed gebruiken.
|