
4. Damiaan als missionaris
Zeeziek
De meeste reizigers zijn een groot deel van de reis zeeziek. Ook Damiaan. Het schip moet hevige stormen trotseren, de evenaarsdoop is zwaar en de bemanning absoluut niet gelovig. Damiaan en zijn medebroeders willen hen bekeren maar mogen niet van de kapitein.
Aankomst in Honolulu
Na een zware reis van 5 maanden passeert het zeilschip het meest zuidelijke eiland van de Hawaï-eilanden. Op 19 maart glijdt het schip de haven van Honolulu binnen. Op de kade wordt Damiaan verwelkomd door Modeste Favens, de picpus-overste. De eerste indrukken zijn overweldigend: de prachtige huizen, de overweldigende natuur en vooral de Kanaken, de plaatselijke bevolking. Iedereen loopt blootsvoets, de mannen in bloot bovenlijf, de vrouwen schaars gekleed met de zwarte haren los.
Tot priester gewijd
Damiaan maakt al snel kennis met de Franse bisschop Louis Maigret. Hij start met studies Hawaiaans (Kanaaks). Maigret vindt het ongelooflijk dat Damiaan in België nog niet tot priester werd gewijd. Hij heeft nood aan priesters en gelooft in Damiaan. In 1864 is het zover: Maigret wijdt Damiaan tot priester. Eindelijk kan Damiaan zijn droom realiseren: vertrekken naar zijn missie op het eiland Hawaï.
Missie in Puna
Op 15 juli 1864 arriveert Damiaan op Hawaï, the big island. 14 dagen later rijdt hij te paard naar zijn missie in Puna. Damiaan leert er leven zoals de Hawaianen. Hij spreekt de taal en eet samen met hen poi, een gerecht van gekookt meel en vlees. Dat doet hij volgens de lokale gewoonte... met de vingers.
Bekeren verloopt niet vlot
Damiaan kent heel wat moeilijkheden met de lokale bevolking. Die hechten meer belang aan de godin Pele (godin van de vulkaan) dan aan het christelijke geloof. Het bekeren verloopt dan ook allesbehalve vlot. Hij heeft het gevoel dat hij weinig kan realiseren. Dan komt er een andere missie vrij op the big island, meer bepaald in Kahola. Damiaan wordt overgeplaatst.
Priester-timmerman
In totaal blijft Damiaan 9 jaar op het grote eiland. Op die tijd bouwt hij er 8 kerken. Dat levert hem de bijnaam priester-timmerman op. Maar belangrijker nog: hij leert van het land en zijn bevolking te houden. En hij wordt geconfronteerd met lepra of melaatsheid en de gevolgen hiervan.
Verbolgen over uitsluiting
Damiaan is vooral verbolgen over het feit dat de melaatsen niet alleen ziek zijn, maar ook sociaal uitgesloten worden. Er wordt zelfs gejaagd op deze mensen om hen te verbannen naar een eiland waar ze onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. Damiaan voelt zich sterk betrokken. Dat gevoel zal zijn verdere leven bepalen.
|